De stemmingskeuze door de ogen van Toon Hagen en bestuur Stichting Schnitgerorgel Zwolle

De stand van zaken m.b.t de keuze van de stemming heeft veel stof doen opwaaien in het afgelopen anderhalf jaar. Wat hebben de Stichting Schnitgerorgel Zwolle (SSZ) en ondergetekende gedaan en waarom:

  1. Geprobeerd een discussie te voeren op grond van de door haar aangedragen argumenten om voor een historische stemming te kiezen waardoor alle muziek uit de periode van de Barok en daaruit voortkomend (tot 1850) kan worden uitgevoerd.
  2. Deze discussie te voeren op grond van de eerder vastgelegde uitgangspunten voorafgaande aan de restauratie (muziek tot 1850 en breed inzetbaar).
  3. Wegend dat de orgelliteratuur zowel uit de vroege als late barok (Bruhns, Buxtehude, Bach, enz.) nog niet algemeen beschikbaar was en dus sowieso nog niet uitgevoerd werd in Zwolle. En dat de muzikale praktijk nu een totaal andere is dan rond 1721. Er werd vooral geïmproviseerd en begeleid.
    Het is zeer aannemelijk dat F. C. Schnitger en zonen bekend waren met de ontwikkelingen in de compositie van de Noord-Duitse orgelcomponisten. De Noord-Duitse organist en componist Vincent Lübeck was één van de adviseurs tijdens de bouw van het orgel in Zwolle. Lübeck heeft toentertijd de orgelbouwer Schnitger aanbevolen bij het stadsbestuur.
  4. Wegend dat dit instrument al deze muziek wel verdient en de orgelliefhebber ook. En dat alleen al het gegeven dat het instrument volledige klavieren heeft, dus in het laagste octaaf zowel een Cis als een Dis, een duidelijke aanwijzing is voor een mildere stemming, die wél historisch is. Hieruit blijkt ook dat Schnitger een vooruitstrevende orgelbouwer was en meebewoog met de compositorische ontwikkelingen van die tijd.
    In Norden was dit nog niet het geval. Norden is een heel ander instrument en 30 jaar ouder dan dat in Zwolle en is gebouwd door Arp Schnitger en niet door Schnitger en zonen.
  5. Wegend dat de middentoonachtige “Norden”-stemming (1985!) en ook haar variant, de Michaëls-stemming geen historische is, zeer veel beperkingen heeft en een veel te grote en negatieve (beperkende) invloed heeft op vele werken uit de barok. Zelfs de grote orgelwerken van Johann Sebastian Bach, die Bach componeerde na 1721 zijn niet meer uitvoerbaar met deze stemming. Een heel groot gemis!
    Bovendien zijn alle orgels van Schnitger in de loop der tijd omgestemd. De middentoon was door hem gemodificeerd, maar we weten niet precies hoe. De opmerking over de tertsen bij de oplevering in Zwolle wil niet zeggen dat er niet meer modificaties waren.
  6. De overtuiging dat een mildere maar wel historische stemming recht doet aan zowel de vroege als latere orgelliteratuur uit de barok en de vertolkers van deze muziek heel veel ruimte biedt tot prachtige programmering en uitvoeringen. De SSZ heeft dan ook meerdere historisch verantwoorde stemmingen aangereikt zoals bijvoorbeeld de Neidhardt (“Grosse Stadt”) uit 1724, Neidhardt I met modificatie, Werckmeister III.
  7. De overtuiging dat het toch wel heel betreurenswaardig zou zijn als dit orgel uiteindelijk afhankelijk zou zijn van een middentoonachtige stemming om als uniek bestempeld te worden. Een stemming die niet historisch is en vooral op aannames is gebaseerd.
    De SSZ is van mening dat zij en haar adviseur, Toon Hagen, volkomen ten onrechte op beslissende momenten gepasseerd en genegeerd zijn tijdens het restauratieproces. Dit vanwege het feit dat algemeen bekend was dat de voorkeur van de SSZ en haar adviseur Toon Hagen voor een te kiezen stemming waarschijnlijk niet in de lijn lag van de adviseur Cees van der Poel.

De stad Zwolle mag trots zijn op haar indrukwekkende Schnitgerorgel. Een groot geschenk uit het verleden. Het is goed te beseffen dat het Schnitgerorgel geen prestigeobject (van wie of wat dan ook) dient te zijn. Het is een belangrijk en uniek instrument waarmee toonkunstenaars ook nu nog, door verbondenheid, verwondering, vreugde en verdriet in alle kwetsbaarheid, de taal van de muziek kunnen delen en daar vanuit de dialoog met de tijd(geest) kunnen voeren met alle (!) toehoorders, en niet met een paar enkelingen die deze restauratie naar zich toetrekken en er zo een museumstuk van maken.

Het orgel is voor 2,1 miljoen euro gerestaureerd en krijgt met de keuze voor de zogenaamde Michaël-stemming een enorme beperking. Ook samenspel met koren en orkesten is niet meer te realiseren. Het is dan niet meer breed inzetbaar, wat nu juist de opdracht was na de restauratie, zoals omschreven in het beleidsplan.

De SSZ heeft in 2017 weloverwogen gekozen tussen twee opties wat betreft de restauratie. Kort gezegd:

  1. Reconstructie van het oorspronkelijke ontwerp van Schnitger.
  2. De situatie van 2017 optimaliseren en waar nodig restaureren.

Met de keuze voor een reconstructie heeft de SSZ altijd in gedachten gehad en geweten dat dit consequenties zou hebben voor wat betreft de literatuur die op dit instrument tot haar recht zou komen. En ja, er zouden ook beperkingen zijn, maar die kon de SSZ altijd uitstekend en van harte verdedigen en uitleggen, want het gebied van de klank was namelijk een enorme verbetering. Er was winst te realiseren waardoor het instrument een ultiem orgel zou worden om de werken uit, met name de Barok, te vertolken. Het verlengen van het Schnitger-pijpwerk naar de oorspronkelijke toonhoogte, de windvoorziening, de reconstructie van de tongwerken en het mechaniek waren de thema’s waarover het ging. Daar zat de winst.

Het was voor de SSZ altijd volstrekt duidelijk dat, welke stemming er ook zou komen, deze nooit een beperkende factor zou mogen zijn als het gaat om de hoogwaardige literatuur tot van 1721 tot 1850. Met dit uitgangspunt is er ook voldoende literatuur uit latere periode tot hedendaagse literatuur te realiseren. En voor hedendaagse componisten kan het orgel zo ook in de toekomst een bron van inspiratie zijn.

In dat vertrouwen heeft de SSZ haar keuze gemaakt en is zij achter deze restauratie en haar adviseur gaan staan en heeft zich ten dienste gesteld voor een verantwoorde restauratie, zonder dat slaafs te willen volgen. De SSZ heeft de plicht om dat vertrouwen waar te maken en te verantwoorden naar haar donateurs en allen die zich op welke wijze dan ook verbonden weten met dit instrument.

Wat betreft een tweede orgel: een eventueel tweede orgel met een totaal andere identiteit (klank, klavieromvang) zal nooit een orgel zijn waarop de vele werken uit de Barok die niet op het Schnitgerorgel kunnen worden vertolkt, wel goed tot hun recht zullen komen. Dat tweede orgel is er voor de romantische en latere muziek, begeleiding van romantische tot hedendaagse koormuziek en samenspel met instrumentalisten (bijvoorbeeld saxofoon).

De SSZ is uitstekend op de hoogte op het gebied van stemmingen en heeft zich hier ook grondig in verdiept. Het gaat niet om een tekort aan kennis, maar om diepgaand meningsverschil over het antwoord op de vraag: hoe om te gaan met dit unieke instrument? De afgelopen 70 jaar heeft er in Zwolle altijd zowel oude als hedendaagse muziek geklonken.

Ieder orgel met karakter heeft zo zijn voorkeuren maar voor concerterende organisten en componisten was het al die jaren een enorme bron van inspiratie. Naast het volledige repertoire van de vroege Barok tot ongeveer 1850 was het altijd weer verrassend hoeveel muziek er, ondanks beperkte klavieromvang, van later tot heden aan toe kon worden geprogrammeerd. Vele werken van bijvoorbeeld Franz Liszt, Max Reger, Olivier Messiaen, Jehan Alain maar ook van Nederlandse componisten zoals Daan Manneke, Jan Welmers, Simeon ten Holt en vele anderen klonken met grote regelmaat tijdens de concerten.

Met een historisch verantwoorde stemming die recht doet aan alle ontwikkelingen op het gebied van compositie voor orgel in de achttiende eeuw kan met dit instrument de dialoog met zowel heden en verleden blijvend kunnen worden gevoerd.

Het is niet uit te leggen dat muziek, die aanmerkelijk ouder is dan het orgel zelf, met de nu gekozen stemming goed kan klinken. De latere (rijpere werken van bijv. Dietrich Buxtehude (1637-1707 !) of Johann Sebastian Bach (1685-1750) zijn gewoon onuitvoerbaar.

Met een middentoon-achtige “Norden” (Michaëls) stemming ontkent men de tijdgeest van deze periode in de geschiedenis. En met deze stemming schiet de restauratie in artistieke zin zijn oorspronkelijke doel volledig voorbij.

Er is helaas geen echte dialoog gevoerd op basis van opvattingen en argumenten.

Ondergetekenden zijn er steeds op gericht om dit unieke instrument zo te laten klinken dat het volledig tot haar recht kan komen, inspirerend voor musici en ten dienste van het publiek.

Toon Hagen, organist Schnitgerorgel Zwolle.
i.s.m bestuur SSZ
dr. Jan Luth, adviseur SSZ